# Cursor installeren en instellen: stap voor stap | llmnet Apps

[← Apps-overzicht](/)

# Cursor: installeren en instellen

Cursor: [Review](/cursor-review)[Installeren & instellen](/cursor-installatie)[Nieuws](/cursor-nieuws)[Technische tutorial](/cursor-tutorial)

Stand september 2026, samengesteld uit onze eigen notities en nieuwsarchief; tekst machinaal opgesteld en redactioneel gecontroleerd. Controleer versies en commando's in de officiële documentatie.

In deze handleiding installeer je Cursor, de AI-code-editor met ingebouwde agent, op macOS, Windows of Linux. Je logt in, zet de privacy goed, geeft je project regels mee en installeert desgewenst ook de command-line-agent. Alles is gebaseerd op de officiële documentatie (stand september 2026).

## Wat je nodig hebt

- Besturingssysteem: macOS 12 (Monterey) of nieuwer, Windows 10 of nieuwer, of Linux (Debian/Ubuntu, RHEL/Fedora of AppImage).

- Account: een Cursor-account. Het gratis Hobby-plan werkt zonder creditcard, maar met een beperkt aantal agentverzoeken. Voor dagelijks werk heb je een betaald plan nodig (zie de review).

## De editor installeren

Download Cursor op [cursor.com/downloads](https://cursor.com/downloads) en installeer het zoals elk ander programma.

- macOS: open het .dmg-bestand en sleep Cursor naar Programma's.

- Windows: voer de installer uit.

- Linux: kies bij voorkeur het .deb- of .rpm-pakket. Die geven je een snelkoppeling in het menu, automatische updates en de command-line-tools; de AppImage heeft dat niet.

Cursor is gebaseerd op VS Code. Bij de eerste start kun je je VS Code-extensies, -thema's en -sneltoetsen overnemen, zodat je vertrouwde omgeving meteen klaarstaat.

## Inloggen en een project openen

- Start Cursor en log in (of maak een account).

- Kies Open Folder en open je projectmap.

- Open de agent met Cmd+I (Mac) of Ctrl+I (Windows/Linux).

## Privacy direct goed zetten

Werk je aan code die niet naar buiten mag? Zet dan meteen Privacy Mode aan: je code wordt dan door Cursor en de modelaanbieders niet gebruikt voor training.

- Open de instellingen met Cmd+Shift+J (Mac) of Ctrl+Shift+J (Windows/Linux).

- Ga naar General.

- Zet Privacy Mode aan.

Op Teams- en Enterprise-accounts staat Privacy Mode standaard aan; bij een individueel account moet je het zelf aanzetten.

## Regels voor je project

Cursor volgt instructies die je in je project zet. Er zijn twee eenvoudige manieren.

AGENTS.md: een gewoon markdownbestand in de root van je project.

# AGENTS.md
- Dit is een Next.js-project met TypeScript.
- Tests draaien met `npm test`; draai ze na elke wijziging.
- Gebruik geen nieuwe dependencies zonder te vragen.
Projectregels: .mdc-bestanden in .cursor/rules/. Die bieden meer controle, bijvoorbeeld een regel die alleen voor bepaalde bestanden geldt. Let op: gewone .md-bestanden in die map worden genegeerd. Een voorbeeld, .cursor/rules/componenten.mdc:

---
description: "Standaarden voor frontend-componenten"
globs: src/components/**/*.tsx
alwaysApply: false
---
- Gebruik functionele componenten met TypeScript-props.
- Styling via Tailwind-klassen, geen losse CSS-bestanden.

## De eerste opdracht

Begin klein. Vraag de agent eerst je codebase uit te leggen, bijvoorbeeld: "Leg uit hoe de authenticatie in dit project werkt." Laat hem daarna een kleine wijziging doen en bekijk het verschil voordat je het accepteert.

Voor grotere taken zet je met Shift+Tab Plan Mode aan. De agent onderzoekt dan eerst de relevante bestanden, stelt vragen, maakt een plan en wacht op jouw akkoord voordat hij code schrijft.

## Optioneel: de command-line-agent

Cursor heeft ook een agent voor de terminal, handig voor scripts en CI.

macOS, Linux en WSL:

curl https://cursor.com/install -fsS | bash
Windows (PowerShell):

irm 'https://cursor.com/install?win32=true' | iex
Het programma heet agent. Probeer het in je projectmap:

agent "Leg in drie zinnen uit wat dit project doet."

## Controleren en bijwerken

- Werkt de agent in de editor en ziet hij je regels (vraag: "welke projectregels volg je?"), dan is de installatie in orde.

- De editor werkt zichzelf bij op macOS, Windows en via de Linux-pakketten. Bij de AppImage download je zelf een nieuwe versie.
